Mensen maken het verschil

RSS
Follow by Email
Facebook
LinkedIn

“Stilstand is achteruitgang” is een welbekende uitspraak, waarin het woord ‘achteruitgang’ impliciet aangeeft dat dit de verkeerde kant op is. Maar wat is eigenlijk de definitie van ‘achteruitgang’? Wat voor de ene persoon ‘achteruitgang’ betekent is voor de ander wellicht een stap vooruit en vice versa.

Neem nu de veranderende wereld vol technologische vernieuwingen. Tal van kritiekpunten passeren regelmatig de revue op feesten en partijen. Critici zijn van mening dat alle innovaties weinig aan de wereld toevoegen of haar zelfs bedreigen. “Onze kinderen leren tegenwoordig rekenen op een rekenmachine, lijken geen waarde te hechten aan correcte spelling op de social media en spelen liever voetbal op de spelcomputer als op het lokale speelpleintje”. Herkenbaar?

Children-playing-PlayStation

Hoewel de critici een punt lijken te hebben zijn voor een andere invalshoek eveneens argumenten te bedenken. Is het namelijk werkelijk zo erg dat een kind leert rekenen op een rekenmachine? Met de komst van de smartphone heeft ieder kind tenslotte altijd een rekenmachine in zijn broekzak. En incorrecte spelling hoeft eveneens geen belemmering te zijn op de weg naar succes. Leonardo DaVinci, Wolfgang Mozart, Albert Einstein, Tom Cruise, Robbie Williams, Steve Jobs en Richard Branson zijn slechts enkele voorbeelden van dyslectische bekendheden, die hier zeker niet onder geleden hebben. Kortom, voor beide invalshoeken valt iets te zeggen.

De Duitse historicus en filosoof Oswald Sprengler (1880 – 1936) ging begin vorige eeuw nog een stap verder. Hij schreef in zijn tweedelige werk “De ondergang van het Avondland” dat de Westerse beschaving aan het einde van haar spreekwoordelijke latijn is. Hij stelt dat wij Europeanen geestelijk, cultureel en intellectueel uitgeblust zijn en op weg zijn naar de ‘ondergang’, waarin het woord ‘ondergang’ een synoniem is voor ‘voltooiing’. Het woord ‘ondergang’ heeft dus geen negatieve connotatie, de maatschappij is simpelweg voltooid gelijk aan het einde van een mensenleven.

Bijna een eeuw later lijkt de bekritiseerde Sprengler alsnog deels gelijk te krijgen. Europa kampt al jaren met een financiële crisis en ziet landen als China, India en Brazilië hun opmars maken. Onze kenniseconomie is steeds minder onderscheidend, omdat andere landen de afgelopen jaren veel eigen kennis ontwikkeld hebben. Sterker nog, steeds meer Nederlandse bedrijven halen juist hun productie weer terug naar Nederland, omdat de groeiende economie in de lagelonenlanden de kosten significant doen toenemen.

Wat mij persoonlijk intrigeert is Sprengler’s opinie met betrekking tot het ‘intellectueel uitgeblust’ zijn van de Westerse samenleving. Onbewust koppelde ik deze gedachte bijna direct aan de sterke focus op standaardisatie bij veel Westerse bedrijven. Hoewel standaardisatie vaak resulteert in een enorme kostenbesparing bestaat er namelijk ook een kans dat het ten koste gaat van de creativiteit en intellectuele uitdaging van de werknemers. Neem een timmerman die vroeger alle facetten van het vak moest beheersen om zijn opdrachten uit te voeren. Zijn creativiteit is hedendaags teniet gedaan door standaard objecten die vanuit de fabriek rechtstreeks naar de plaats van bestemming worden vervoerd. Veel handwerk komt hier niet meer aan te pas. Of neem de kassière bij de supermarkt die slechts de goederen over een scanner hoeft te halen om de klant te bedienen. Of iemand op de crediteurenadministratie die vanwege functiescheiding slechts nog één handeling mag verrichten in het ERP systeem.

supermarket

Misschien dat ik de woorden van Sprengler verkeerd interpreteer, maar het heeft mij wel tot denken gezet. Ik geloof heilig in vooruitgang, dat zit mijns inziens opgesloten in het DNA van de mens. Echter denk ik wel dat het goed is continu stil te staan bij wat bepaalde ‘verbeteringen’ betekenen voor de mensen eromheen. Het is niet voor niets dat ruim 15% van de werkende bevolking te maken krijgt met een ‘bore-out’, omdat het werk dermate versimpeld is dat de verveling letterlijk toeslaat.

Als de toegevoegde waarde van de mens in het proces niet langer aanwezig is, is volledige automatisering de beste optie. Maar zolang er mensen betrokken zijn in het proces vind ik persoonlijk dat zij centraal dienen te staan. Dat elke standaardisatie binnen het bedrijf de positie van de werknemers verbetert zou dus eerder regel dan uitzondering moeten zijn, zodat de creativiteit, uitdaging en energie niet wegvloeit uit het bedrijf. Want een bedrijf zonder energie is tenslotte als een Ferrari zonder benzine. Op papier veel potentie, maar in de praktijk weinig resultaat!

Wouter Volkeri